KenniscentrumOnderzoeken › EBUS/EUS › EBUS en EUS
Patiëntenfolders

EBUS en EUS

Endobronchiale echografie (EBUS) via luchtwegen en endoscopische echografie via de slokdarm (EUS)


De endobronchiale echografie (EBUS) via de luchtwegen en endoscopische echografie via de slokdarm (EUS) zijn nieuwe onderzoekstechnieken. Ze worden gedaan om te kijken of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren achter het borstbeen. Met een EUS kan ook naar uitzaaiingen in de linker bijnier worden gezocht.
EBUS en EUS zijn echografische onderzoeken, waarbij ook weefsel wordt weggenomen voor onderzoek.

Bij welke patiënten

Een EBUS of EUS wordt gedaan bij patiënten bij wie er met een CT-scan en PET-scan geen uitzaaiingen buiten het gebied rond de longen zijn gevonden. Het gaat dus om patiënten die in principe nog kunnen genezen en een curatieve behandeling krijgen.
 
Als er sprake is van uitzaaiingen in de lymfeklieren achter het borstbeen heeft een curatieve behandeling soms geen zin. Dat maakt EBUS en EUS belangrijke onderzoeken. De beslissing om wel of niet te opereren, hangt vaak onder meer af van de uitslag van deze onderzoeken.
 
Van beide onderzoeken wordt de EBUS het vaakst gedaan. Dit wordt uitgevoerd door de longarts. De EUS (via de slokdarm) wordt gedaan door de MDL-arts en gebeurt minder vaak. Dit onderzoek vindt vooral plaats bij verdenking op uitzaaiing in de linker bijnier.

Afspraak maken

Voor dit onderzoek plant de secretaresse van de polikliniek Longziekten een afspraak in.

Echografisch onderzoek

Met behulp van EBUS en EUS wordt echografisch onderzoek gedaan. Echografie (kortweg echo) is een onderzoek met behulp van geluidsgolven. Door middel van een echoapparaat (echosonde) worden geluidsgolven die niet hoorbaar zijn (ultrageluid) het lichaam in gestuurd. Door de weerkaatsing te meten, worden de zachte weefsels van het inwendige lichaam en de organen in beeld gebracht.
Op deze manier wordt bekeken of er vergrote lymfeklieren aanwezig zijn. Deze kunnen duiden op een uitzaaiing.

De onderzoekstechniek

Bij een EBUS en een EUS wordt gebruik gemaakt van een soepele, dunne slang (de echosonde of bronchoscoop). Door deze slang worden de geluidsgolven het lichaam in gestuurd om de echografie te kunnen maken en zo de lymfeklieren te kunnen bekijken.
Bij een EBUS wordt deze slang (net als bij een bronchoscopie) in de luchtpijp ingebracht. De patiënt krijgt hiervoor een licht roesje. Bij een EUS wordt de slang via de slokdarm ingebracht. Ook hierbij wordt een roesje gegeven.

EBUS

Bij een EBUS worden de lymfeklieren achter het borstbeen onderzocht en met een dunne naald aangeprikt. Bij het aanprikken wordt een beetje weefsel weggenomen (biopsie) voor onderzoek naar uitzaaiingen.

EUS

Bij een EUS worden de lymfeklieren of structuren achter het borstbeen onderzocht. Ook kan de linker bijnier worden bekeken. Klieren of de bijnier kunnen met een dunne naald worden aangeprikt (biopsie).

Uitslag

De uitslag van het onderzoek krijgt u tijdens een afspraak met uw longarts. De datum hiervoor wordt afgesproken als u met de secretaresse een afspraak maakt voor het onderzoek.

Meer informatie

Meer informatie over deze onderzoeken vindt u in de volgende patiëntenfolders: Endoscopische echografie via de luchtwegen (EBUS) en Endoscopische echografie via de slokdarm (EUS).


Deel deze pagina: